Mon pull jaune

Read this post in English
Lees dit artikel in het Nederlands

Dans mes archives il apparaît pour la première fois en 2002.

Par une matinée perdue quelque part dans la seconde moitié des années 1990, je suis passé dans mon magasin de vêtements préféré, juste comme ça, parce que je n’avais pas vraiment besoin de quelque chose en particulier. Les vendeuses étaient occupées à déballer des cartons avec les nouveaux arrivages. Quand l’une des boîtes s’est ouverte, je n’ai pas pu m’empêcher un cri de surprise : tous ces pulls en laine jaune citron avec un petit bord gris. La folie ! Impossible de porter un pull jaune vif comme ça !

Les vendeuses ont évidemment remarqué mon coup de foudre instantané et elles m’ont tout de suite fait essayer le pull. Cinq minutes plus tard, j’avais un pull jaune vif, que depuis j’ai porté si souvent que les gens me désignaient parfois comme “celui avec son pull jaune”.

En vacances de ski, les premières aiguilles de l’échantillon

J’ai littéralement usé mon pull jaune au fil, mais je n’ai pas pu lui dire au revoir, même quand je ne pouvais vraiment plus le porter. Quand j’ai repris le tricot, l’un de mes premiers projets a été – devinez quoi – un pull jaune avec une bordure grise. Chez Kaleidoscope à Sint-Gilles, j’ai trouvé une fine laine mérinos dans le même jaune vif. Le pull original était trop déformé pour le copier, mais j’ai bien regardé mon pull préféré du moment et je l’ai copié aussi bien que possible. J’ai plutôt bien réussi je pense et j’ai porté mon pull jaune 2.0 pendant des années.

Le jaune a perdu un peu de son éclat et le bord et les poignets gris clair commencent à s’effilocher après toutes ces années, mais le reste du pull est encore très beau. Ces dernières semaines, j’ai donc lancé une opération de récupération : J’ai remplacé le bord, les poignets et le col par des restes de laine mérinos et je peux maintenant porter mon pull jaune préféré pour une autre décennie !

Advertisements

A Yellow Sweater

Lees dit artikel in het Nederlands
Lisez cet article en français

In my digital photo archives it first appears in 2002.

On a lost morning somewhere in the second half of the 1990s I dropped by at my favourite clothes shop, just looking around, because I didn’t really need anything specific. The saleswomen were busy unpacking some boxes with new arrivals. When one of the boxes opened I could not suppress a cry of surprise: all lemon yellow wool sweaters with a grey border. Madness! It was impossible to wear a bright yellow sweater like that!

The saleswomen obviously noticed my instant crush and they made me fit one right away. Less than five minutes later I had a bright yellow sweater, which I then wore so often that people sometimes referred to me as “the one with his yellow sweater”.

On ski vacation, the first needles of the swatch

I literally wore my yellow sweater to the thread, but couldn’t say goodbye to it, even when I really couldn’t wear it anymore. When I picked up knitting again, one of my first projects was – guess what – a yellow sweater with a grey border. At Kaleidoscope in Sint-Gilles I found a fine merino wool in the same bright yellow. The original sweater was too much out of shape to copy it, but I had a good look at my favourite sweater of the moment and copied it as good as I could. I succeeded rather well I think and I’ve worn my yellow sweater 2.0 for years.

The yellow has lost a bit of its brightness and the light grey hem and cuffs starting fraying after all these years, but the rest of the sweater still looks very fine. So the past few weeks I have launched a recovery operation: I have replaced the hem, the cuffs and the collar with the leftovers of merino wool form my stash and now I can wear my favourite yellow sweater for another decade!

Een gele trui

Read this post in English
Lisez cet article en français

In mijn digitale foto-archieven duikt hij een eerste keer op in 2002.

Op een verloren voormiddag, ergens in de tweede helft van de jaren ’90 van de vorige eeuw, sprong ik even binnen bij mijn favoriete klerenwinkel. Gewoon wat rondkijken, want ik was niet echt op zoek naar iets specifieks. De verkoopsters waren net druk bezig met het uitpakken van een hele reeks dozen met nieuwe aanwinsten. Toen een van de dozen open ging kon ik een kreet van verrassing niet onderdrukken: allemaal citroengele wollen truien met een grijs boordje. Waanzin! Zo’n knalgele trui, dat kon je toch onmogelijk dragen!

Mijn instant crush viel de verkoopsters uiteraard meteen op, en ze lieten me er dan ook dadelijk eentje passen. Geen vijf minuten later was ik een knalgele trui rijker, die ik daarna zo vaak heb gedragen dat mensen soms wel naar me verwezen als “die met zijn gele trui”.

Op skivakantie, de eerste naalden van de proeflap

Ik heb mijn gele trui letterlijk tot op de draad versleten, maar kon er geen afscheid van nemen, ook toen ik hem echt niet meer kon dragen. Toen ik opnieuw begon te breien was een van mijn eerste projecten dan ook: een gele trui met een grijs boordje. Bij Kaleidoscope in Sint-Gilles vond ik een fijne merinowol in datzelfde felgeel. De originele trui was teveel uit model om hem exact te kopiëren, maar ik heb eens goed naar mijn favoriete trui van dat moment gekeken en die zo goed mogelijk nagemaakt. Dat lukte aardig, en ook deze gele trui 2.0 heb ik jaren gedragen.

Het geel is ondertussen wat minder geel geworden, en de lichtgrijze boordjes rafelden na verloop van tijd helemaal uit, maar de rest van de trui ziet er nog steeds piekfijn uit. De afgelopen weken heb ik dan ook een hersteloperatie gelanceerd: ik heb de boordjes vervangen met restjes merinowol die ik nog over had, en nu kan hij weer jaren mee!

Wol van Aart Taminiau

Een vriend die vertaler is, heeft zich gespecialiseerd in het vertalen van strips. Dat is best wel een uitdaging en af en toe belt hij of komt hij langs om twee-drie details te checken. Niet dat dat nodig is, maar soms zijn er nuances die je enkel als moedertaalspreker ziet, zeker als de tekst maar een balonnetje groot is, en soms zijn er referenties die je maar kan kennen als je doordrenkt bent van dezelfde cultuur als de auteur. Het leidt telkens weer tot interessante gesprekken en ik krijg strips te zien waar ik spontaan niet naar op zoek zou gaan.

Laatst trok hij mijn aandacht op Wol, een verhaal van de Nederlandse tekenaar en cartoonist Aart Taminiau dat speelt tegen de achtergrond van de industriële revolutie in de Noordbrabantse textielindustrie. De familie Van Mergaert heeft al generaties lang fortuin gemaakt in de wolhandel. De aanschaf van een nieuwe machine verandert alles en de familie heeft het daar moeilijk mee.

38

Ik ben geen striprecensent, dus ik ga niet doen alsof ik veel kan zeggen over de stijl van Aart Taminiau. Maar de tekeningen zijn best wel mooi, zo enkel in zwarte en witte lijnen, en het boek is goed opgebouwd. Het gelaagde verhaal leest niet altijd even gemakkelijk, maar je slaat met plezier een blad terug om nog eens goed te kijken en twee keer na te denken.

Wol van Aart Taminiau is uitgegeven bij De Bezige Bij. Het boek is 176 bladzijden dik en het is met een harde kaft ingebonden. Je koopt het bij De Bezige Bij zelf voor 24,99 €. Alvast een idee voor de kerstboom!

images-2

A scarf and a hat for a one year old

Over the summer I’ve worked on a few different projects. One that I thought was going to be quick and easy saw its final touch only last week …

For a friend I made a scarf and a beanie. They come a bit late as a birth gift, so I’ve aimed at size one year right away. One year olds aren’t running around our house, so I’ve asked the internet to tell me what size I should knit – let’s hope it turns out well.

The scarf was supposed to be about 90 cm long and even though I was aiming at 15 cm large it turned out to be only 14 cm. The beanie has a circumference of almost 50 cm (that might prove to be a bit large) and it’s 18 cm high which leaves room for a fold – or not, when it’s really cold.

For inspiration I searched for a nicely structured pattern in Cecelia Campochiaro’s unmatched Sequence Knitting. Simple Methods for Creating Complex Fabrics. and chose for the Andrus scarf. It’s based on a sequence of 3 knit 6 purl 3 knit stitches, repeated over a multiple of 12 stitches + 2 and using the serpentine method. I’m not going to spill the beans on what this exactly means – that’s all in the book. I cast on 38 stitches with Rosy Green Wool’s Cheeky Merino Joy in the colour Wild Mallow and kept knitting until I had a scarf of 90 cm. That required a little over 1 skein.

IMG_9380 2

Mind you, as there was quite some poolside knitting involved I didn’t always pay proper attention to my pattern, so I missed and had to undo half a scarf twice!

Andrus Beanie2With the leftovers of the second skein I made a beanie using the same sequence. That required some thinking at the start of every round, because this sequence doesn’t work out the same when knitting in the round! I succeeded in sticking to the structure though, and you have to look really hard to find the few extra stitches I smuggled in to keep the pattern even.

I cast on 110 stitches, that is (9 * 12) + 2, but 98 stitches (8 * 12) + 2 would probably have been a better option. To get the right height I had to knit the motif (= 6 rounds) 17 times.

From the first row of the 10th motif I shortened the sequences from 12 to 10 stitches by working together two times two stitches (two purl and two knit). Likewise, from the first row of the 13th motif, I shortened the sequence from 10 to 8 stitches and then I did this again in motif 15 (from 8 to 6 stitches), 16 (from 6 to 4) and 17 (from 4 to 2). This changes the outlook of the motif of course, but I think it made the top of the hat look really nice!

Then last week I made a big pompom to finish it all of. Aren’t they gorgeous?

IMG_9494

De vuurtorensjaal

Ken je Sidi Ifni?

Sidi Ifni is een klein kuststadje in het zuiden van Marokko. Er zijn tussen twintig- en dertigduizend inwoners. Er is een vissershaven en in de bergen rondom worden cactusvijgen gekweekt. Het is geen toeristische hotspot. Je kan er maar langs twee kanten naartoe: de ene weg komt langs de kust uit het noorden, de andere weg gaat oostwaarts het binnenland in. Als je langs de kust verder naar het zuiden rijdt, dan houdt het asfalt plots op en kan je enkel met een stevige 4×4 verder. Er is een handvol hotels, een camping en je kan er leren surfen.

Lange tijd was de plek een Spaanse kolonie en vanaf de jaren ’30 van de vorige eeuw liet de Spaanse overheid er een hele garnizoensstad bouwen. Er was een landingsbaan die je nog goed op de sattelietfoto’s kan zien en een vreemdsoortige kabelbaan over de zee om grote schepen ver genoeg van de kust te laten aanmeren.

Sidi-Ifni-Cable-Car

De stad heeft een kathedraal, een hospitaal met een kapel, een cinema, een vuurtoren, een moskee, een vismarkt en nog een hele reeks andere gebouwen die deels geïnspireerd zijn op de lokale bouwstijl, deels op Spaanse architectuur en die duidelijke jaren ’30 invloeden hebben.

This slideshow requires JavaScript.

De geometrische decoraties op de offciële gebouwen zijn motieven die je ook elders in Noord-Afrika en de Sahara vindt.

Waarom vertel ik dit allemaal? Ik wou al lang iets doen met die geometrische motieven, en daar heb ik deze zomer aan gewerkt. Het motief voor de vuurtorensjaal die ondertussen al eens in de krant en op lokale televisie gefigureerd heeft, is geïspireerd op de vuurtoren van Sidi Ifni.

cropped-double-knitting-motif.jpg

Phare Cut

Het was een werk van lange adem, maar ik ben er erg blij mee en ik ga hem zeker de hele winter dragen.

Mijn sjaal is 25 cm breed en iets meer dan 2 m lang. Hij is helemaal dubbelgebreid, dus het motief aan de achterkant is het omgekeerde van het motief aan de voorkant. Ik ben het patroon helemaal aan het uitschrijven. Zo gauw het klaar is lees je dat in de newsletter!

Version 2

De dambordsjaal van Tony’s moeder

Read this article in English
Lisez cet article en français

Mensen denken vaak dat breien typisch iets is dat je in de winter doet. Maar als je die nieuwe trui wil dragen zo gauw de dagen kouder worden, moet je’m natuurlijk wel klaar hebben aan het eind van de zomer. Deze zomer vroeg mijn vriend Tony aan zijn mama om voor hem een sjaal te breien in Bio Merinos van Schoppel. Het patroon is super simpel, het resultaat subliem.

Tony’s mama gebruikte 4 bollen Schoppel Bio Merinos, Tony koos voor Mosterd omdat hij dat zo’n mooie kleur vindt. Bio Merinos is een gecertificeerd biologisch breigaren van 95% lichtjes vervilte merinowol en 5% linnen. Voor deze sjaal gebruik je best naalden van 3,5 mm. Zelf zou ik zeker mijn addi rondbreinaalden van 60 cm gebruiken, maar je kan dit project uiteraard gewoon breien met je eigen favoriete naalden.

Tony’s mama heeft 54 steken opgezet. Daarmee maak je een sjaal van ongeveer 24 cm breed. Ze heeft eerst vier rijen recht gebreid om dan over te schakelen naar een dambordpatroon met vierkantjes van 10 steken breed en 14 rijen hoog. Voor de eerste rij heeft ze eerst 2 steken recht gebreid voor de zelfkant, dan 10 steken recht, 10 averecht, 10 recht, 10 averecht, 10 recht, en dan nog 2 steken recht voor de zelfkant. Ze heeft haar werk omgedraaid voorde volgende rij en 2 steken recht gebreid voor de zelfkant, de volgende 50 steken zoals ze op de naald liggen (10 averecht, 10 recht, 10 averecht, 10 recht en 10 averecht) en dan nog eens 2 steken recht voor de zelfkant. Deze twee rijen heeft ze nog 6 keer herhaald. Dan heeft ze het patroon omgekeerd: 2 steken recht voor de zelfkant, dan 10 averecht, 10 recht, 10 averecht, 10 recht, 10 averecht, en nog eens 2 recht voor de zelfkant. Voor de volgende rij 2 steken recht voor de zelfkant, 10 recht, 10 averecht, 10 recht, 10 averecht, 10 recht en nog eens 2 recht voor de zelfkant. Ook deze twee rijen heeft ze nog 6 keer herhaald. Dit patroon is ze blijven herhalen tot haar vierde bol bijna op was. Ze is geëindigd met opnieuw 4 rijen recht gebreide steken, en ze heeft haar werk afgekant. Tony’s sjaal is bijna 2,50 m lang!

Checkered Scarf WetblockingDit soort project moet je nat opspannen als je je vierkantjes graag écht vierkant wil. Je moet de sjaal dus nat maken en hem vastpinnen om hem in de juiste vorm te dwingen. Je hoeft helemaal geen speciaal opspanmatje te gaan kopen enkel voor dit project: een jogamatje of iets gelijkaardigs werkt perfect (je weet al dat wij graag werken met de matjes van Heid de Frenay)! In dit patroon kan je je speldjes gemakkelijk gelijk verdelen: elk vierkantje moet ongeveer 4,5 op 4,5 cm zijn.

Deze sjaal is een project in ieders bereik: recht, averacht, opzetten en afkanten, meer is het niet. Je moet natuurlijk een beetje tellen, maar niet teveel, en je hebt een hoeveelheid tijd en geduld nodig die recht evenredig is aan je breisnelheid.

Als je liever met iets anders werkt dan Bio Merinos, kan je ook kiezen voor Bio Balance van BC Garn (de helft biokatoen en de helft biowol), Cheeky Merino Joy van Rosy Green Wool (100% superfijne merino in felle kleuren, machinewasbaar) of Bio Love van Rosários4 (100% biokatoen).

Het schema voor dit patroon ziet er ongeveer zo uit:

Checkered Scarf

Je vindt het schema hier in PDF formaat: Dambordjsaal.